Begroting 2020

De begroting van de gemeente laat met name in de jaren 2020 en 2021 flinke negatieve resultaten zien. In de daarop volgende jaren laat het resultaat positieve cijfers zien en is de begroting, ook inclusief incidentele lasten, weer sluitend.

In de afgelopen periode is er veel gebeurd op financieel gebied. Begin 2019 heeft de gemeente een bezuinigingsronde gehad voor de jaren 2019 tot en met 2022. In de Kadernota en de 1e Bestuursrapportage zijn deze bezuinigingen afgelopen zomer verder uitgewerkt en daarmee werden de resultaten in de verdere jaren steeds positiever. In 2020 en 2021 blijft de gemeente echter flinke tekorten zien, zodat een beroep zal moeten worden gedaan op de algemene reserve. 

De overzichten laten ook zien dat het structureel begrotingssaldo positief is en de verwachte resultaten in 2020 en 2021 met name worden veroorzaakt door lasten die voortvloeien uit een aantal speerpunten uit het Eilandakkoord. Een aantal structurele lasten, zoals de meerkosten van de FUMO en de meerkosten in het Sociaal Domein leiden in de jaren vanaf 2022 wel tot een lager exploitatiesaldo, maar kunnen door te nemen maatregelen worden opgevangen.  

De onroerende zaakbelastingen (OZB), de toeristenbelasting en de afvalstoffenheffing zullen in 2020 alleen trendmatig worden verhoogd. Het tarief voor de rioolheffing kan in het voorstel van het college van B&W ongewijzigd blijven. 

De begroting maakt duidelijk dat het mogelijk blijft om full swing te blijven werken aan de uitvoering van het Eilandakkoord. De belangrijkste prioritieten daarin zijn: wonen (meer dan 135 woningen erbij), duurzaamheid en havenontwikkeling. 

Het college is blij dat vanaf 2022 positieve resultaten zullen ontstaan, die voldoende ruimte geven voor nieuw beleid in een nieuwe raadsperiode en voor een solide buffer voor eventuele tegenvallers. 

De begroting wordt behandeld in de vergadering van de raadscommissie op 8 oktober en de raadsvergadering van 29 oktober 2019.